Analyse van het wereldwijde onderzoek van Education International naar de positie van leraren in het technisch en beroepsonderwijs (TVET).
Technisch en beroepsonderwijs staat overal meer dan ooit in de schijnwerpers. Overheden zien het als dé oplossing voor tekorten op de arbeidsmarkt, de digitale transitie, artificiële intelligentie, de klimaatuitdaging en de zoektocht naar voldoende gekwalificeerde werknemers in diverse sectoren. Achter die ambitieuze plannen van de overheden schuilt een ongemakkelijke realiteit: de leraren die deze opleidingen moeten waarmaken, krijgen vaak niet de ondersteuning, waardering en de arbeidsvoorwaarden die daarvoor nodig zijn.
Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van Education International, de wereldwijde federatie van onderwijsvakbonden, waartoe ook ACOD Onderwijs behoort. Voor het eerst werden 66 aangesloten organisaties uit alle continenten bevraagd over de situatie van leraren in het technisch en beroepsonderwijs (TVET). Samen vertegenwoordigen zij meer dan 2,3 miljoen personeelsleden. De resultaten geven een duidelijk beeld: er is een groeiende kloof tussen wat overheden verwachten van het technisch en beroepsonderwijs en de realiteit op de werkvloer.
Een sector die voor een overheid alles moet oplossen
TVET, de internationale verzamelnaam voor technisch en beroepsonderwijs, wordt steeds belangrijker. Bedrijven zoeken geschoolde vakmensen, er is nood aan digitale experts, techniekers, zorgverleners en specialisten in duurzame technologie. Beleidsmakers kijken steeds vaker naar het technisch en beroepsonderwijs om economische problemen op te lossen.
De onderzoekers wijzen echter op een fundamentele tegenstelling. Terwijl de verwachtingen ten aanzien van TVET toenemen, blijven investeringen in personeel, infrastructuur en professionalisering vaak achterwege. De sector moet meer leveren met onvoldoende middelen.
Ook hier in Vlaanderen wordt regelmatig gewezen op de cruciale rol van STEM-opleidingen, duaal leren, digitalisering en het aanpakken van knelpuntberoepen. Maar een ambitieus beleid kan slechts slagen wanneer voldoende gekwalificeerde leraren bereid zijn die opleidingen te verzorgen.
Lerarentekort als wereldwijd probleem
Vooral in sectoren zoals ICT, cybersecurity, engineering, elektronica, bouw, gezondheidszorg, artificiële intelligentie en geavanceerde productie is het bijzonder moeilijk om voldoende leraren te vinden.
De oorzaak is eenvoudig. Wie over de nodige technische expertise beschikt, kan vaak aanzienlijk meer verdienen of betere arbeidsvoorwaarden krijgen in de privésector dan in het onderwijs. Voor veel professionals is de overstap naar een klaslokaal financieel onaantrekkelijk.
Dat leidt tot een zorgwekkende evolutie. Bijna 60 procent van de bevraagde landen meldt dat het inschakelen van ongekwalificeerde personeelsleden om tekorten op te vangen ‘vaak’ of ‘zeer vaak’ voorkomt. Vooral in technische richtingen, waar veiligheid en vakspecifieke kennis essentieel zijn, roept dat ernstige vragen op over kwaliteit en professionaliteit. Voor Vlaanderen is dit een herkenbaar signaal. Ook hier stijgt het aandeel leraren die lesgeven buiten hun vakgebied of zonder de vereiste pedagogische kwalificaties.
Lonen blijven achter
Het onderzoek toont dat loon een van de belangrijkste oorzaken is van de personeelsproblemen. Slechts 28,6 procent van de vakbonden geeft aan dat TVET-leraren een loon ontvangen waarmee zij een behoorlijke levensstandaard kunnen behouden. Slechts 39,7 procent vindt dat hun loon vergelijkbaar is met andere beroepen waarvoor dezelfde kwalificaties vereist zijn. Meer dan de helft van de respondenten meldt bovendien dat de koopkracht van leraren de afgelopen drie jaar stagneerde of achteruitging.
Ongeveer 70 procent van de respondenten ziet loon als een belangrijke factor in de aanwerving en het behoud van leraren. Nog meer respondenten wijzen op de impact van arbeidsvoorwaarden. Het rapport toont duidelijk dat wie technisch talent wil aantrekken, moet concurreren met de arbeidsmarkt.
Toenemende werkdruk
Naast de loonproblematiek komt werkdruk naar voren als een bijna universeel probleem. Maar liefst 94 procent van de respondenten geeft aan dat de werkintensiteit een belangrijk knelpunt vormt. Drie op vier melden dat het werktempo de afgelopen twee jaar verder is toegenomen.
Leraren worden geconfronteerd met meer administratie, inspecties, kwaliteitscontroles, verantwoording en rapportering. Tegelijk moeten zij hun technische kennis voortdurend actualiseren om gelijke tred te houden met razendsnelle ontwikkelingen in industrie en technologie.
Veel respondenten geven aan dat zij onvoldoende tijd hebben voor curriculumontwikkeling, nascholing, contacten met het werkveld en het begeleiden van praktijklessen. Dat is opmerkelijk, omdat juist die elementen essentieel zijn voor kwaliteitsvol technisch en beroepsonderwijs.
Professionalisering onder druk
Een goede TVET-leraar moet niet alleen vakinhoudelijk sterk zijn, maar ook op de hoogte blijven van nieuwe technologieën, machines en werkprocessen.
Uit het onderzoek blijkt dat die permanente professionalisering vaak tekortschiet. Bijna één op tien respondenten meldt dat er helemaal geen permanente vorming beschikbaar is. Meer dan een vijfde krijgt geen ondersteuning om zich bij te scholen. Meer dan een kwart beschikt niet over werktijd om opleidingen te volgen.
Dat creëert een paradox. Overheden vragen leraren om zich voortdurend aan te passen aan nieuwe economische en technologische ontwikkelingen, maar geven hen niet altijd de middelen en de nodige tijd om dat te doen.
Lage maatschappelijke waardering
Meer dan 61 procent van de vakbonden beschouwt de maatschappelijke status van TVET-leraren als laag. Volgens de respondenten leeft in veel landen nog steeds het idee dat beroepsonderwijs minder prestigieus is dan algemeen vormend onderwijs.
Dat zogenaamde ‘academische superioriteitsdenken’ blijft hardnekkig bestaan. Technische en beroepsgerichte studierichtingen worden nog te vaak gezien als een tweede keuze, ondanks hun cruciale bijdrage aan de economie en de samenleving.
Interessant is dat technische vakken zoals engineering, IT en cybersecurity meer waardering krijgen dan opleidingen in zorg, gemeenschapsdiensten, cultuur of creatieve sectoren. Daarbij spelen ook genderstereotypen een rol: sectoren waarin veel vrouwen werken krijgen vaak minder maatschappelijke erkenning.
Onderfinanciering bedreigt de kwaliteit
Vier op vijf respondenten geloven dat hun instellingen onvoldoende middelen krijgen om aan de behoeften van de gemeenschap te voldoen. Er zijn tekorten aan modern materiaal, digitale infrastructuur, werkplaatsen, praktijkuitrusting en leermiddelen.
Vooral investeringen in ICT-apparatuur, werkplaatsen, bibliotheken en digitale leermiddelen worden als dringend beschouwd. In een periode waarin digitalisering en artificiële intelligentie steeds belangrijker worden is dit ronduit een ramp. Over landen en continenten heen blijken de eisen opvallend gelijklopend.
Meer dan een lerarentekort
Ook het Vlaamse onderwijs kampt al jaren met een lerarentekort, vooral in technische, beroepsgerichte en STEM-richtingen. De spanning tussen onderwijs en arbeidsmarkt wordt steeds groter. Werkgevers zoeken dezelfde profielen als de technische en beroepsscholen, maar kunnen vaak aantrekkelijkere loon- en arbeidsvoorwaarden aanbieden.
Daarnaast tonen discussies in Vlaanderen over het lerarentekort, de werkdruk, zijinstroom, professionalisering en onderwijskwaliteit opvallende parallellen met de internationale bevindingen.
Het onderzoek van Education International laat zien dat de uitdagingen in het technisch en beroepsonderwijs veel verder gaan dan het bekende verhaal van lerarentekorten, werkdruk of verouderde infrastructuur. Achter deze zichtbare problemen schuilt een fundamentele beleidsvraag: welke rol moeten het technisch en het beroepsonderwijs in de toekomst vervullen?
Wereldwijd verwachten overheden dat technisch en beroepsonderwijs oplossingen biedt voor een groeiend aantal maatschappelijke en economische uitdagingen. Het moet bijdragen aan de digitale transitie, de groene economie, de ontwikkeling van artificiële intelligentie, de aanpak van knelpuntberoepen en de versterking van de concurrentiekracht van landen. Tegelijk stellen de onderzoekers vast dat publieke investeringen, personeelsplanning en professionele ondersteuning vaak achterblijven bij deze ambities.
Concurrentie
Het rapport legt bovendien een tweede evolutie bloot. In veel landen groeit het aandeel van private aanbieders, neemt outsourcing toe en worden onderwijsinstellingen steeds meer met elkaar in concurrentie gebracht voor financiering en studentenaantallen. De onderzoekers verwijzen expliciet naar ‘palpable efforts to privatise TVET provision’ en signaleren dat een grote meerderheid van de bevraagde vakbonden de uitbreiding van privatisering en outsourcing als een belangrijke uitdaging beschouwt.
Wanneer marktmechanismen sterker worden, dreigt onderwijs steeds meer te worden beoordeeld op economische rendementen op korte termijn. Dan ontstaat natuurlijk het risico dat brede vorming, burgerschapsvorming, inclusie, professionele autonomie,… naar de achtergrond verdwijnen. Technisch en beroepsonderwijs hebben uiteraard de opdracht jongeren voor te bereiden op de arbeidsmarkt, maar mogen niet worden herleid tot een instrument dat uitsluitend dient om onmiddellijke tekorten bij werkgevers op te lossen.
De uitbouw van duale trajecten, nauwere samenwerking met ondernemingen en de focus op arbeidsmarktrelevante competenties bieden kansen voor leerlingen. Tegelijk vraagt het onderzoek om waakzaam te blijven voor een verschuiving waarbij economische belangen de publieke onderwijsopdracht zouden overheersen. Een sterke band met de arbeidswereld mag nooit een vervanging worden voor voldoende publieke financiering, kwaliteitsvolle arbeidsvoorwaarden en democratische inspraak van vakbonden.
De boodschap van het rapport – ‘Wie sterk technisch en beroepsonderwijs wil, moet investeren in de mensen die het elke dag vormgeven’ – is ontzettend belangrijk. Moderne gebouwen, geavanceerde apparatuur en ambitieuze hervormingen zullen onvoldoende zijn zolang leraren geconfronteerd worden met een tekort aan financiële middelen, ondersteuning, waardering en tijd om te professionaliseren. De toekomst van het technisch en beroepsonderwijs wordt uiteindelijk niet bepaald door beleidsplannen of economische prognoses, maar door de aanwezigheid van voldoende goed opgeleide, gemotiveerde en gerespecteerde leraren voor de klas en in de werkplaats.
Duidelijke conclusies
Vanuit syndicaal perspectief leidt het onderzoek tot een duidelijke conclusie: de discussie over technisch en beroepsonderwijs gaat niet alleen over hoe we meer arbeidskrachten opleiden, maar ook over de vraag wie de richting van het onderwijs bepaalt. Onderwijs is een publieke investering in mensen en in de maatschappij. Wanneer een overheid steeds hogere verwachtingen stelt aan het technisch en beroepsonderwijs dan moeten daar ook voldoende publieke financiële middelen, sterke arbeidsvoorwaarden, sociale dialoog en professionele autonomie tegenover staan. De uitdaging is daarom niet alleen om meer leraren aan te trekken, maar ook om te garanderen dat technisch en beroepsonderwijs een sterke publieke dienst blijft, in het belang van leerlingen, personeel en de maatschappij.
Je kan het rapport van Education International hier lezen.
|
Jean-Luc Barbery adjunct-algemeen secretaris Wil je de auteur contacteren? Stuur hem dan een e-mail. |

