Met de publicatie van het Eindrapport Toeleiding Leersteun krijgt het onderwijsveld eindelijk zwart op wit wat het personeel al jaren voelt: de druk op scholen, leerkrachten en zorgteams neemt structureel toe, terwijl de antwoorden van het beleid al te vaak blijven steken in hertekende procedures en semantische verschuivingen.
Woorden veranderen, werkdruk niet
In het leersteundebat valt op hoe snel de taal is veranderd. We spreken niet langer over ‘verwijzen’, maar over ‘keuzes’. Niet meer over ‘zorgproblemen’, maar over ‘onderwijsbehoeften’. Ondersteuning heet voortaan ‘leersteun’. Dat klinkt menselijker, positiever en moderner, en op zich is die taal niet zo fout, maar woorden alleen maken de klassen niet kleiner, verkorten geen wachtlijsten en verlichten geen werkdruk.
Klassen worden er niet kleiner door. Extra collega’s verschijnen er niet door. De complexiteit in de klas verdwijnt er niet door. Dat is net wat bedoeld wordt met semantische verschuivingen: oude problemen krijgen een nieuwe naam, terwijl de kern van het probleem hetzelfde blijft…of zelfs groter wordt.
Die verschuiving in woorden gaat vaak samen met een verschuiving in verantwoordelijkheid:
- Wat vroeger ‘te zwaar voor de school’ was, wordt nu ‘inclusief op te vangen’.
- Wat vroeger een ‘systeemprobleem’ was, wordt nu een ‘opdracht voor het schoolteam’.
- Wat vroeger een ‘beleidskeuze’ vereiste, wordt nu ‘professioneel handelen’.
Kort gezegd en door het beleid verzwegen: de druk verschuift naar beneden, richting klasvloer, zorg- en leersteunteams en CLB’s.
Voor ons als vakbond is dit geen detail. Inclusie zonder middelen is geen vooruitgang, maar een risico. Woorden mogen geen rookgordijn worden waarachter besparingen schuilgaan.
Een explosieve groei, geen toevallig fenomeen
De cijfers spreken voor zich. Het aantal GC , IAC en OV4 verslagen in het gewoon onderwijs is de voorbije jaren sterk toegenomen, in alle onderwijsniveaus. Dat is geen toeval en zeker geen modetrend. Het rapport maakt duidelijk dat scholen steeds vaker vastlopen in hun zorgopdracht.
Het rapport bevestigt dat teams massaal proberen te differentiëren, compenseren en remediëren, maar dat ze botsen op structurele grenzen: volle klassen, een schrijnend lerarentekort, administratieve overbelasting en te weinig tijd om samen te werken. De toevlucht tot leersteun en verslaggeving is dan geen ‘beleidsfalen’ van scholen, maar een overlevingsstrategie.
Inclusie zonder voorwaarden is geen inclusie
Het decreet leersteun beloofde een versterking van inclusief onderwijs. In de praktijk wordt dat begrip echter steeds vaker herleid tot het zolang mogelijk opvangen van complexiteit in het gewoon onderwijs, zonder dat de noodzakelijke voorwaarden vervuld zijn. Het rapport is duidelijk: scholen verschillen sterk in hun mogelijkheden om ondersteuning kwaliteitsvol uit te bouwen. Dat betekent concreet dat inclusie vandaag ongelijk is verdeeld.
Vanuit syndicaal perspectief is dit bijzonder problematisch. Inclusie mag nooit afhangen van de toevallige samenstelling van een schoolteam, van lokalen, van directies of van regionale ondersteuning. Wanneer leerkrachten structureel tekortkomen aan middelen, expertise en tijd, wordt inclusie een extra belasting bovenop een al overvol takenpakket. Dat ondergraaft niet alleen het welzijn van personeel, maar ook het vertrouwen in het project van inclusief onderwijs zelf.
De verborgen kost voor het personeel
Wat in het rapport telkens opnieuw naar voren komt, is de menselijke tol van het leersteunbeleid. Leerkrachten, zorgcoördinatoren leerondersteuners en CLB medewerkers signaleren verhoogde werkdruk, rolconflicten en emotionele belasting. Overlegmomenten, dossieropbouw en afstemming met externe partners komen bovenop een al zwaar takenpakket.
De verwachting dat iedereen ‘meer inclusief’ moet werken, gaat vaak samen met verhoogde verantwoordelijkheid, maar niet met verhoogde waardering of bescherming.
Voor ACOD Onderwijs is de kern van de zaak dat inclusiever onderwijs enkel kan slagen als het personeel zelf niet structureel over zijn grenzen wordt geduwd. Inclusie vergt samenwerking, reflectie en professionalisering en dat kan alleen binnen werkbare jobs. Wie inclusie ernstig neemt, moet dus eerst investeren in het personeel dat die inclusie mogelijk maakt.
CLB’s en leersteuncentra: scharnieren zonder scharnierpunten
Het rapport laat ook zien hoe de CLB’s steeds vaker onder druk komen te staan om snel tot verslaggeving over te gaan. Hun regierol is juridisch duidelijk vastgelegd en cruciaal, maar wordt in de praktijk bemoeilijkt door tijdsdruk, uiteenlopende verwachtingen van scholen en ouders, en regionale verschillen in interpretatie en aanpak. Ook leersteuncentra dreigen overbevraagd te worden, precies omdat zij te vaak moeten compenseren voor structurele tekorten in scholen.
Deze evolutie is gevaarlijk en moet dringend een halt toegeroepen worden. Wanneer ondersteuningsstructuren vooral reactief functioneren, ontstaat een vicieuze cirkel: hoe meer druk in de klas, hoe sneller de vraag naar leersteun; hoe meer leersteun nodig is, hoe minder ruimte er blijft voor preventieve versterking van scholen. Zonder bijkomende investeringen is dit model onhoudbaar.
Gelijke kansen onder spanning
Een van de meest verontrustende vaststellingen uit het rapport is de sociale scheeftrekking in de toeleiding naar leersteun. Leerlingen uit kwetsbare sociaaleconomische contexten en met een andere thuistaal dan het Nederlands zijn systematisch oververtegenwoordigd in bepaalde types verslagen. Dat wijst niet op individuele tekortkomingen, maar op structurele ongelijkheid.
Vanuit het syndicaal oogpunt van ACOD Onderwijs is ook dit een alarmsignaal. Onderwijs kan maatschappelijke ongelijkheid niet compenseren zonder daarvoor de middelen te krijgen. Wanneer sociale problemen via pedagogische en medische trajecten worden ‘verwerkt’, dreigt leersteun een pleister te worden voor wat in de werkelijkheid een structurele maatschappelijke wonde blijkt.
Wat ACOD Onderwijs eist
Het eindrapport levert een stevige basis voor onze syndicale eisen die al langer op tafel liggen. Een duurzaam leersteunbeleid vergt:
- een structurele versterking van brede basiszorg en verhoogde zorg vóór uitbreiding naar leersteun;
- kleinere klasgroepen en meer personeelsleden waar de noden het grootst zijn;
- afdwingbare professionalisering binnen de werktijd, niet in de marge;
- duidelijke, uniforme en transparante procedures, zonder bijkomende administratieve ballast;
echte participatie van personeel bij beleid dat hun werk bepaalt met respect voor de overleg- en onderhandelingscomités.
Tot slot
Het rapport Toeleiding Leersteun toont scherp aan dat inclusief onderwijs geen technisch organisatievraagstuk is, maar een politieke keuze. Zonder investeringen wordt inclusie een besparingsverhaal, betaald door het personeel en uiteindelijk ook door de leerlingen en hun ouders.
Als onderwijs een hefboom voor sociale rechtvaardigheid wil blijven, dan moet het beleid stoppen met rekenen op de rekbaarheid van wie elke dag voor de klas staat of instaat voor de ondersteuning.
Voor ACOD Onderwijs is de conclusie helder: leersteun kan alleen werken als ze geen pleister is op structurele wonden, maar deel uitmaakt van een breed, sociaal en rechtvaardig onderwijsbeleid. Dat vraagt investeringen, vertrouwen in personeel en de politieke moed om inclusie niet langer als goedkoop ideaal te verkopen. Het is de verdomde plicht om inclusie onder een gezamenlijke verantwoordelijkheid te organiseren.
Je kan het rapport hier lezen.
|
Jean-Luc Barbery adjunct-algemeen secretaris Wil je de auteur contacteren? Stuur hem dan een e-mail. |

