Investeren in onderwijs is investeren in de toekomst
Wie wil dat jongeren klaar zijn voor de uitdagingen van morgen in de maatschappij, moet vandaag investeren in onderwijs. Dat is de centrale boodschap van het nieuwe Europese beleidsrapport ‘Investing in Education 2026: Focus on the Teaching Profession’. De Europese Commissie zoomt daarbij vooral in op één cruciale factor: de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep.
Europa erkent niet alleen dat onderwijs een motor is voor economische groei en sociale samenhang, maar ook dat het tekort aan leerkrachten een van de grootste bedreigingen vormt voor de kwaliteit van het onderwijs.
Onderwijsuitgaven stabiliseren, maar blijven onder druk staan
In 2024 besteedden alle lidstaten van de Europese Unie samen, gemiddeld 4,8 procent van hun bruto binnenlands product aan onderwijs. Dat komt overeen met 9,7procent van alle overheidsuitgaven. Hoewel deze cijfers wijzen op een stabilisering na de coronaperiode, ligt het aandeel van onderwijs in de totale overheidsuitgaven nog steeds lager dan vóór de pandemie.
De Europese Commissie waarschuwt dat onderwijs steeds vaker moet concurreren met andere prioriteiten, zoals defensie-uitgaven, energiebeleid en economische ondersteuning. Daardoor dreigt het risico dat investeringen in onderwijs achterblijven, terwijl net onderwijs essentieel is voor innovatie, productiviteit en een sterke democratie.
Tegelijk investeert de Europese Unie zelf. In de periode 2021-2027 wordt ongeveer 150 miljard euro uitgetrokken voor onderwijs en vaardigheden via programma’s zoals Erasmus+, het Europees Sociaal Fonds Plus en de herstelmiddelen na corona.
Leraren vormen de grootste investering
Een opvallende vaststelling is dat personeelskosten veruit de grootste uitgavenpost in onderwijs zijn. Ongeveer twee derde van alle publieke onderwijsuitgaven gaat naar lonen en sociale bijdragen voor leraren, schoolleiders en ander onderwijspersoneel.
Dat is logisch. Geen enkel onderwijsbeleid kan slagen zonder voldoende goed opgeleide en gemotiveerde leraren en personeel. Meer dan vijf miljoen leraren werken vandaag in de Europese Unie, goed voor ongeveer 3procent van alle werknemers.
De Commissie stelt terecht dat investeren in leraren daarom geen kost is, maar een investering met een hoog maatschappelijk rendement. Onderzoek toont immers aan dat goede leraren een grote invloed hebben op leerresultaten, studiekeuzes en zelfs de latere kansen van jongeren op de arbeidsmarkt.
Een beroep dat aan aantrekkelijkheid verliest
De Commissie erkent ook dat het lerarenberoep onder druk staat. Uit gegevens van het internationale TALIS-onderzoek blijkt dat voor steeds minder jonge mensen een loopbaan in het onderwijs de eerste keuze is. In 2024 gaf slechts iets meer dan de helft van de beginnende leraren aan dat lesgeven hun eerste beroepskeuze was. Bovendien daalde dat percentage ten opzichte van 2018.
Daarnaast blijkt dat 76,5 procent van de leraren opnieuw voor het beroep zou kiezen. Hoewel dit nog altijd een ruime meerderheid is, betekent het eveneens een daling ten opzichte van zes jaar eerder. Vooral ervaren leraren blijken kritischer te worden naarmate hun loopbaan vordert.
Deze cijfers zijn belangrijk, omdat ze rechtstreeks verband houden met het groeiende tekort aan leraren in verschillende Europese landen. Wanneer minder jongeren instromen en meer ervaren collega’s afhaken, komt de continuïteit van het onderwijs in gevaar.
Loon is belangrijk, maar niet voldoende
Het rapport bevestigt dat een degelijk salaris een belangrijke factor blijft. In de meeste Europese landen verdienen leraren echter minder dan andere werknemers met een vergelijkbaar opleidingsniveau. Een startende leraar in het lager secundair onderwijs verdient gemiddeld slechts 58procent van wat vergelijkbaar geschoolde werknemers verdienen. Aan het einde van de loopbaan stijgt dat tot gemiddeld 89procent.
Leraren die tevreden zijn over hun loon geven vaker aan dat zij opnieuw voor het beroep zouden kiezen. Toch trekt de Commissie een opvallende conclusie: hogere lonen alleen lossen het probleem niet op.
Zelfs leraren die tevreden zijn over hun salaris, zijn minder geneigd om opnieuw voor het beroep te kiezen wanneer zij te maken krijgen met hoge werkdruk, stress of onvoldoende waardering.
Respect en werkbaarheid tellen even hard mee
Misschien is dit wel de belangrijkste les uit het rapport. De aantrekkelijkheid van het lerarenberoep wordt niet alleen bepaald door geld, maar ook door werkomstandigheden.
Leraren blijven gemotiveerder wanneer zij:
• zich gewaardeerd voelen door de samenleving;
• invloed hebben op onderwijsbeleid;
• kunnen rekenen op een ondersteunende schoolcultuur;
• goed samenwerken met collega’s;
• minder administratieve lasten ervaren;
• voldoende tijd hebben voor hun privéleven.
Stress blijkt daarentegen een van de sterkste negatieve factoren. Leraren die veel werkstress ervaren, geven aanzienlijk minder vaak aan dat zij opnieuw voor het beroep zouden kiezen.
Voor vakbonden is dit een belangrijke bevestiging van wat al jaren wordt aangekaart: de strijd voor betere arbeidsvoorwaarden gaat over meer dan koopkracht alleen. Werkbaar werk, professionele autonomie, ondersteuning en maatschappelijke erkenning zijn minstens even belangrijk.
Een uitdaging voor Vlaanderen en Europa
De Europese Commissie roept de lidstaten daarom op om een geïntegreerd beleid te voeren. Dat betekent investeren in competitieve lonen, maar tegelijk ook inzetten op minder werkdruk, betere begeleiding van beginnende leraren, meer professionele ontwikkelingskansen en een sterker maatschappelijk imago van het beroep.
Voor Vlaanderen is die boodschap bijzonder relevant. Ook hier kampen scholen met een hardnekkig lerarentekort en groeit de bezorgdheid over de uitstroom van ervaren collega’s. Het Europese rapport maakt duidelijk dat duurzame oplossingen enkel mogelijk zijn wanneer beleidsmakers en sociale partners samen investeren in zowel de materiële als de menselijke kant van het beroep.
Besluit
Het rapport ‘ Investing in Education 2026’ brengt een heldere boodschap: zonder sterke leraren geen sterk onderwijs. Investeren in onderwijs betekent daarom niet alleen investeren in gebouwen, technologie of leerplannen, maar vooral in de mensen voor de klas. Wie de leraren van vandaag ondersteunt en de leraren van morgen wil aantrekken, moet zorgen voor eerlijke lonen, werkbare omstandigheden, haalbare opdrachten en maatschappelijke waardering. Dat is geen luxe, maar een noodzaak.
Je kan het rapport hier downloaden.
|
Jean-Luc Barbery adjunct-algemeen secretaris Wil je de auteur contacteren? Stuur hem dan een e-mail. |

